Eerste bewoners

Een van de eerste bewoners van het vluchtelingenkamp bij Westerbork was Werner Bloch. 'Des te verder we kwamen, des te eenzamer werd het. Op een gegeven moment zag je alleen nog maar heidevelden. Af en toe bosjes. En waar uiteindelijk het vluchtelingenkamp zou komen, was een enorme grote vlakte waar alleen hei en zand zich bevonden en wat erg troosteloos was.'

De eerste bewoners moesten meteen de handen uit de mouwen steken. De barakken stonden er, maar aan de inrichting moest nog veel gebeuren. Binnen mocht het redelijk warm en droog zijn, buiten was het ruig en modderig.

Ook al omdat de centrale keuken allesbehalve centraal lag, was het een probleem om ervoor te zorgen dat de warme maaltijden die naam inderdaad verdienden. Zoiets maakte het kampleven er niet aangenamer op. Vanuit de boerderij Schattenberg zou nieuw land worden ontgonnen. Wie dat zware werk niet gewend was, voelde aan zijn rug, armen en handen wat het was om de heidegrond met een schop om te spitten. Het graven was nodig om een goed lopend gemengd bedrijf van de grond te krijgen, dat het hele kamp zou kunnen voeden. Maar voorlopig leek het daar nog niet op. De boerderij-in-opbouw was lang niet rendabel.

Door de geïsoleerde ligging van het kamp waren de bewoners vooral op elkaar aangewezen. Aanvankelijk bleef het kamp dunbevolkt. Op 9 oktober 1939 kwamen de eerste 22 vluchtelingen. Eind januari 1940 waren dat er 167. Vanaf februari 1940 liep het aantal sneller op: eind april telde Westerbork al 749 vluchtelingen. Van alle beloften over scholing en ontspanning was maar weinig terechtgekomen. Steeds meer ervoeren de bewoners hun onderkomen als een concentratiekamp. De onrust over wat de Duitse nazi’s van plan waren, groeide. Met angstige ogen keken ze naar de kaart van Nederland en zagen dat Westerbork niet ver van Duitsland lag.