De eerste vondsten

Langzaam geven de villa en de tuin van de kampcommandant hun sporen prijs. Onder het oog van de camera’s hebben de archeologen de afgelopen dagen de grond rond de trap bij de hoofdingang minutieus gezeefd, op zoek naar de kleinste vondst, ooit verloren of achtergelaten. Een stukje glas, een fragment porselein, een knikker en een kammetje. Het zijn dagelijkse vondsten op een uitzonderlijke plek. Nadat de grond gezeefd is, gaat het residu in zakken om later verder te worden gewassen en uitgezocht. Pas dan zal duidelijk worden wat er allemaal verloren is rond de villa. En wellicht door wie dat verloren is en wanneer.
De trap naar het huis wordt ontdaan van begroeiing. Aan de voet hiervan blijken aan weerszijden grote rolkeien te liggen. Weer zichtbaar na meer dan 65 jaar zijn twee grote stoeptegels met daarin een gleuf om fietsen in te parkeren. Onbekend tot dusverre was de bakstenen sierrand, waarachter iemand met zorg een serie bloempotten heeft geplaatst. De archeologen meten alles in en fotograferen elk spoor.
Ten zuiden van de woning is met een graafmachine een lange put opengetrokken. Donkere banen geven aan waar ooit de oude bosbodem is ontgonnen. Wie goed kijkt ziet de schopsteken. Met de hand is de bosbodem ‘gebroken’ om deze geschikter te maken voor landbouw. Het zijn sporen van ver voor de Tweede Wereldoorlog, maar ook deze worden opgetekend en ingemeten. Uit de oorlog zelf dateert bijvoorbeeld de Duitse huls die dichtbij de serre wordt aangetroffen; de serre die later aangebouwd is en in de oorlog het terras van kampcommandant Gemmeker vormde. En hoe dichter de archeologen bij het terras komen, hoe meer vondsten er worden gedaan. De komende dagen gaat ook de grond om dit terras over de zeef.
Het onderzoek in de villa zelf levert tot nu toe de meeste vondsten op. Kamer na kamer, van de kruipruimte tot de vliering, wordt doorzocht op het kleinste gebruiksspoor. En elke ruimte levert weer iets verrassends op. Maar het is het schuurtje dat de kroon spant. Gemmeker had een Joodse tuinman en dit schuurtje was zijn domein. Weer zichtbaar zijn de geschilderde contouren van het gereedschap dat hij hier ophing. Hier en daar zijn met potlood opschriften aangebracht: Latijnse namen van planten? In een oude kist vol rommel wordt onder het houten deksel een hele serie namen en data zichtbaar, tot in de vroege jaren ’30. Misschien is de plank hergebruikt? En er worden papiertjes en kranten aangetroffen, door het hele pand, achter verwarmingen of onder het zeil. Veel moet nog ontcijferd worden. De meeste documenten zijn half vergaan. Uit de keuken komt echter een bijzonder fris ogende Telegraaf uit september 1941. Opvallend, in 1941 was kamp Westerbork nog steeds een Joods vluchtelingenkamp, voor Duitse Joden en onder Nederlands bewind. Pas in de zomer van 1942 namen de Duitsers het kamp over. En zo laat elke gebruiksperiode van de villa zijn sporen achter. Uiteindelijk hopen de archeologen dit verhaal, over de villa en zijn bewoners,  met sprekende vondsten te kunnen omlijsten.
Lees ook het artikel uit de Volkskrant van 10 december 2011.