Verzetsmonument



Op 20 september 1943 fusilleerde de Duitse bezetter tien verzetstrijders op het Witterveld bij Assen. Ze werden vervolgens gecremeerd in het crematorium van kamp Westerbork, waarna hun stoffelijke resten achter het gebouw begraven werden. Deze werden in 1949 teruggevonden. Om deze verzetstrijders te gedenken werd op initiatief van de Stichting 1940-1945 een grafteken opgericht met daarop de namen van de mannen die in het graf rusten.

Op verzoek van de nabestaanden werd het monument achter het crematorium geplaatst. Bij datzelfde crematorium werden nog meer stoffelijke resten gevonden. Het ging om 48 verzetsmensen en vier Joden die tussen september 1943 en oktober 1944 bij het crematorium waren geëxecuteerd. Hun stoffelijke resten zijn na de oorlog herbegraven in Groningen, Beilen en Loenen.

Het crematorium, dat in 1943 in opdracht van kampcommandant Gemmeker in gebruik werd genomen, werd in 1951 gesloopt ondanks de wens van de Stichting 1940-1945 het gebouw te behouden als  '(...) een symbool van machtswellust van het Nationaal-Socialisme en het lijden en de dood van Israëlieten en Verzetstrijders (is). Het Crematorium is een historisch monument en een authentiek stuk oorlogsdocumentatie.'