Herinrichting

Pas in de loop van de jaren zestig begon er belangstelling voor de Jodenvervolging te komen. Onder meer de televisieserie De Bezetting, het monumentale boek De Ondergang van J. Presseren de discussie rond  de ‘Drie van Breda’ - de laatste drie  overgebleven Duitse oorlogsmisdadigers in Nederland - zorgden ervoor dat (Joodse) oorlogsslachtoffers een plaats op de publieke agenda kregen.

Dit veranderende klimaat was nodig om voldoende steun te krijgen voor de wens een informatievoorziening over kamp Westerbork nabij de historische plek te realiseren. De eerste gedachte hiertoe ontstond op 4 mei 1971. De 25-jarige Manja Pach, kind van een kampoverlevende, was die dag om acht uur ’s avonds bij het Nationaal Monument. ‘Op het kampterrein waren slopers bezig de boel af te breken, en die gingen om acht uur gewoon door. Dat was zó absurd, ik was zó perplex […]. Ik kon eigenlijk nog maar één ding denken: het moet nu meteen ophouden met slopen!’

In de daaropvolgende jaren werden er kleine aanpassingen aangebracht die deze historische plek herkenbaarder moesten maken. In 1974 werd een vitrine met informatievoorziening op het terrein geplaatst, twee jaar later volgde een maquette. In 1979 werd besloten tot de bouw van het Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Op 12 april 1983, bijna veertig jaar na de bevrijding, opende koningin Beatrix het Herinneringscentrum Kamp Westerbork officieel. Vanaf 1983 stonden herinnering, herdenking en bezinning in het Herinneringscentrum centraal. Zonder die uitgangspunten te verlaten evolueerde het museum in een dynamisch centrum, waarin educatie een wezenlijke plaats inneemt. Het bezoekersaantal steeg: van 40.000 in de eerste jaren naar 140.000 tegenwoordig.  

Met het toenemende bezoek kwam ook steeds nadrukkelijker het gemis van enige zichtbaarheid van het kamp naar voren. Hoewel enkele originele bouwsels bleven staan - aardappelbunker, SS-schuilbunker en de nieuwe  waterzuivering - leek kamp Westerbork van de aardbodem verdwenen. Daaraan deed het blijven staan van de kampcommandantwoning weinig af. De bewoonde staat gaf het een nauwelijks met de geschiedenis betrokken ervaring voor derden. Hoewel de essentie van het bestaan van kamp Westerbork - deporta­ties -  door het Nationaal Monument op aan­spreken­de wijze was verbeeld, was de context niet meer herkenbaar. Integendeel, de historische plek leek wel een parklandschap geworden. Een constante in de reacties was het missen van een barak.

Aan het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw besloot het Herinneringscentrum Kamp Westerbork tot een symbolische herinrichting van het kampterrein. Ook de bereikbaarheid van het terrein diende verbeterd te worden. De eisen die aan het herinrichtingsplan werden gesteld, waren dat ze ‘enig beeld en enig gevoel geven van wat zich daar heeft afgespeeld'. Herbouw van barakken of andere bouwwerken werd als optie afgewe­zen vanuit de overweging dat reconstructies onecht zouden zijn en als kitsch ervaren. Dit zeker ook vanwege het feit dat de omgeving van kamp Westerbork totaal was veranderd: de kale heidevlakte van destijds was een uitgestrekt bosgebied geworden.

Ook zou de herinrichting als totaal niet het karakter van een monument moeten hebben, maar primair een versterking van de zeggingskracht van het terrein als historische plaats moeten zijn. Gekozen werd voor een educatieve benadering. Met het op terughoudende wijze situe­ren van informatiedragers in de betekenis van symboli­sche vormen en associatieve elementen zou het terrein kenbaar en (her)kenbaar moeten worden. Op 16 juni 1992 werd het heringerichte terrein van kamp Westerbork officieel onthuld door Prinses Margriet.