Bevrijding

 

In kamp Westerbork werd vol spanning op de bevrijders gewacht. Het waren de gevangenen zelf geweest die aan Aad van As gevraagd hadden om, zodra de SS vertrokken was, de leiding over te nemen. Van As hoorde tot de enkele Nederlandse burgers die in het kamp een functie hadden. Ooit was hij door de Nederlandse kampcommandant Schol gevraagd om zijn assistent te worden, maar de Duitsers hadden daar een stokje voor gestoken. Sindsdien was hij het hoofd van de distributie en had van meet af aan het vertrouwen van de kampbewoners. Toen de bevrijders in aantocht waren, stuurde hij het hoofd van de buitendienst, Zielke, op de Canadezen af. De kampbewoners kwamen in de Grote Zaal bij elkaar om te overleggen wat er moest gebeuren. Maar op de kreet ”De Tommy’s zijn er”, stoof iedereen naar buiten om de bevrijders in te halen. 

Velen sprongen bovenop de tanks en reden als overwinnaars over de Boulevard des Misères. Toen Van As de bevelvoerende officier kapitein Morris had begroet en met hem in gesprek was over eventueel in het kamp aanwezige 'foute elementen', werd hij door een juichende menigte, die een oranje en Nederlandse vlag bij zich had, naar buiten geroepen. Het werd voor hem een onvergetelijk moment: 'Toen ik naar buiten kwam vroegen ze mij of ik die vlaggen wilde hijsen. Dit is een van de mooiste momenten van mijn leven geweest. Het werd gedaan onder het zingen van het Wilhelmus en toen voelde ik ineens geen grond meer onder mijn voeten. Ze hebben mij opgetild en zijn hier dansende met mij in het rond gegaan. Een mooiere afsluiting van de bevrijding had er voor mij niet kunnen zijn.'

De officiële bevrijding van Nederland op 5 mei werd door de kampbewoners gevierd in de villa van Gemmeker. Voorlopig moesten de 876 Joden nog in het kamp blijven. Dat was in de eerste plaats een veiligheidsmaatregel. Heel Nederland was nog niet bevrijd. Verder naar het noorden werd nog gevochten. Bovendien was de kans op besmettelijke ziekten groot. Eerst moesten alle kampbewoners medisch onderzocht worden. En, safety first, de Canadezen wilden absolute zekerheid dat er geen verraders vrij konden rondlopen.