Valse hoop

Om te trachten het leven een zo'n normaal mogelijke gang te laten gaan, stimuleerde kampcommandant Gemmeker allerlei ontspanningsmogelijkheden. Dit uiteraard ook voor zijn eigen verstrooiing. Het is niet teveel gezegd dat kamp Westerbork het beste cabaret van Nederland bezat, in aankleding, in peil van programma's en in niveau van optredenden. De Bühne-gruppe kreeg vele faciliteiten om bonte avonden met cabaret, koor, orkest en ballet te organiseren. Daarnaast vonden er toneel­voorstellingen en muziekuitvoeringen plaats. Ook werden er sportwedstrijden gehouden: voetballen, atletiek en boksen. Het kunnen deelnemen aan dergelijke activiteiten was niet onbelangrijk. Het gaf niet alleen allerlei voorrechten, het meest wezenlijke was dat men vooreerst werd vrijgesteld van deportatie.

In het kamp was er alles op gericht om de Joden de indruk te geven dat men naar werkkampen in Oost-Europa zou worden ge­stuurd. Het leven zou er zwaar, hard en eentonig zijn, maar er zou te leven zijn. En in ieder geval zouden gezinnen en fami­lies bijeen blijven. Zo was de gegeven informatie. Uit kampen als Auschwitz kwamen dan ook wel eens brieven, waarin gemeld werd dat er hard gewerkt moest worden, maar dat men het goed maakte. Twijfel kwam er als er treinen vertrokken met alleen ouden van dagen, zieken of kinderen. Ook gingen er wel ge­ruchten door het kamp dat de nazi's weinig goeds in de zin hadden. Vooral de gevluchte Duitse Joden wisten veelal uit eigen ervaring welke kant het op kon gaan. Doch dat hen het ergste te wachten stond geloofden weinigen. Ook al omdat men niets concreets van Polen wist.

Toch was er een permanente angst om gedeporteerd te worden. In de diepere lagen van het bewustzijn was er een besef aanwezig van naderend onheil. Deze vrees voor een onheilspellende toekomst verklaart het wanhopig pogen om aan de deportaties te ontsnappen. Door zich aan arbeid vast te klampen in de hoop daardoor onmisbaar te zijn. Door het verkrijgen van functies, die vrijstelling van transport gaven. En bovenal door het bemachtigen van een stempel. In de loop van 1942 voerden de nazi's een systeem van onderscheidingen in door de Joden op hun persoonsbewijzen stempels te verstrekken. Deze stempels gaven bis auf Weiteres uitstel van deportatie. Ook het plaatsen van de naam op lijs­ten leek uitzicht te bieden. Allerlei instanties - Duitse en Nederlandse - en particulieren, die misschien een uitweg wisten werden aangeklampt. Op sommige lijsten kwam men na forse betaling, op de Stamliste prijkten de namen van hen (en veelal hun familieleden) die in het kamp belangrijke functies hadden, zoals in de organisatie, het ziekenhuis, het cabaret e.d. Vooral op de dagen voorafgaande aan het transport was er sprake van vele wanhopige pogingen om op de één of andere wijze gesperrt te worden.

Het geringe aantal ontvluchtingen uit het kamp (ca. 300) heeft ook te maken met het door de nazi's zorgvuldig in stand gehouden systeem. Want mogelijkheden om te vluchten waren er zeker. Niet alleen werkten velen bij boeren in de omgeving, waarbij weinig bewaking aanwezig was, ook kon men voor allerlei op­drachten naar elders worden gestuurd. Maar dan bleven wel een aantal familieleden in het kamp achter. In geval van ontvluch­ting gingen zij of mensen uit de barak van de vluchteling als strafmaatregel op transport! Dat weerhield de meeste, zoals ook de gedachte dat men niet wist waarheen te gaan.

De ‘fatsoenlijke’ behandeling door de nazi's, het stelsel van vrijstellingen, het ziekenhuis, het cabaret  hadden echter geen ander doel dan het scheppen van illusies. Want uiteindelijk moest bijna ieder op transport. Het sys­teem gaf uiteindelijk alleen valse hoop.