September-december 1947



In september 1945 trad er verbetering op in het dagelijks leven in het kamp. Door een aantal ingrijpende maatregelen binnen de bewaking en met het vertrek van de laatste voormalige Joodse gevangenen, verdween de chaos in het kamp. Op de geïnterneerden hadden de veranderingen een positieve uitwerking. Vanaf het najaar van 1945 werd er een bezoek- en postregeling ingesteld. Vanaf dat moment was het toegestaan één keer per maand een vooraf streng gecontroleerde brief te versturen en te ontvangen en één keer per vier weken twee geliefden op bezoek te laten komen.

Willy Munneke-van Polen, een kind van ‘foute’ ouders, over die periode. ‘Toen mijn moeder wist waar mijn vader was is zij zo snel mogelijk op de fiets naar kamp Westerbork gegaan. Ze wilde hem zien. Al snel daarna kwam er een bezoekregeling en mocht ze één keer in de maand naar hem toe. Ze sloeg geen keer over ondanks het feit dat de omstandigheden belabberd waren.’

Op 1 januari 1946 nam het Directoraat-Generaal voor de Bijzondere Rechtspleging (DGBR) de zorg voor de ‘foute’ Nederlanders over. Het karakter van de kampen veranderde: meer gericht op heropvoeding en herintegratie van de mensen en minder op straf. De sociale leefomstandigheden verbeterden, onder meer dankzij toneelvoorstellingen, radio-ontvangst, sporten en een bibliotheek. De geestelijke leefomstandigheden werden daarentegen zwaarder, vooral vanwege het lang uitblijven van de berechting en/of vrijlating.